Hoe oud is Schloss Moehren

ANTWOORD OP DE VRAAG

Hoe oud is het kasteel
Schloss Möhren?

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen. Schloss Möhren is met haar fundamenten uit 1137 bijna 900 jaar oud.

NEGENHONDERDJAAR!

De eerste bezitters in 1137 waren de broers Otto en Heinrich von Mern die het kasteel Möhren maar 13 jaar in hun bezit hadden. Daarna volgende een lange lijst van adelen, hoge edelen, graven en gravinnen, veldheren en zelfs koningen en koninginnen.

Kastelen verwisselen van eigenaar door overerving in de mannelijke lijn, een huwelijk, verovering of koop. 

Je vind alle kasteelbezitters van het Schloss Möhren met data namen onderaan deze pagina.

Kasteel Schloss Moehren 1300

Maar laten we beginnen bij het begin. Het dorp Möhren wordt voor het eerst genoemd in 899

Jachtslot Möhren komt 238 jaren later in de annalen als het ridderkasteel aan de rand van het vorstendom Ansbach, behorend tot de koninklijke rechtbank van Monheim en deel van het hertogdom Neuburg.

Het ridderkasteel ligt hoog op rotsen, was goed uitgerust met een dubbele slotgracht, kasteelmuren en torens.

Schloss Möhren is in haar omgeving eeuwenlang het middelpunt van macht en rijkdom en vrouwen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in het behoud en uitbreiden van het kasteel.

De eerste bezitters in 1137 van het kasteel in Möhren zijn de broers Otto en Heinrich von Mern. De Von Mern broeders hebben het kasteel maar 13 jaar in het bezit om het daarna van de hand te doen aan de Calentin familie.  

Als Berta, de vrouw van Albert III von Calatin, de burcht in 1199 overneemt, is ze vastbesloten om de burcht te behouden voor haar familie. Maar na haar dood in 1237 moest haar zoon Albert IV de burcht aan zijn zoons Wirento Albert en Hildebrand I overlaten, en Berta’s invloed op de burcht begon te vervagen.

Wirento Albert’s vrouw, wiens naam helaas verloren is gegaan in de tijd, moest toekijken hoe  het kasteel door Ludwig Serverus wordt verwoest. Zij en haar man bouwen de burcht, sterker dan ooit, weer opnieuw op  om het kasteel in 1295 aan Heinrich VII Marschall von Pappenheim te verkopen.

En zo komt het kasteel voor het eerst in een lange rij van Marshall’s van de familie van de Pappenheimers terecht

Marschall Gottfried Heinrich Graf von Pappenheim

In 1340 verkoop Heinrich von Pappenheim, de zoon van Rudolf von Pappenheim en Sophie von Hohen Rehberg, het kasteel aan Conrad Sorg die het na 2 jaar alweer doorverkoopt aan de familie Ludwig en Friedrich von Öttingen die het 3 jaar in hun bezit weten te houden. 

Als het kasteel in 1346 in handen van de familie Seckendorf komt blijft het 176 jaar Seckendorfer familiebezit.

In 1522 verkoopt Hans von Seckendorf het kasteel aan Christoph Fuchs von Bimbach

Fuchs-von-Bimbach

Pas als 140 jaar later het Fuchs von Bimbach geslacht in 1622 geen mannelijke erfgenaam meer heeft stelt de herzogliche Hofkammer van Neuburg dat het kasteel onder het bestuur van Churfurst Philipp Wilhelm en zijn Frau Elisabeth Amelia

Op dat moment is in Augsburg de bankiers familie Fugger uitgegroeid tot de rijkste en machtigste personen van Europa met betrekkingen tot in de koninklijke kringen. 

Zo komt het dat het kasteel door een schenking terechtkomt bij de weduwe van Oberst Hofmeister Otto Grafen von Fugger, Clara Dorothea.  Haar dochter Clara Felicitas heeft een mannelijke erfgenamen en zo is Schloss Möhren lange tijd in het eigendom van Europa’s rijkste bankiersfamilie Fugger.  

Als in 1849 Karl Anton Graf von Fugger en zijn vrouw Luise Gräfin Schenk von Kastell alleen dochter Gräfin Marie en geen mannelijke erfgenamen krijgen valt het kasteel terug aan de Beierse kroon

De zoon van Maximilian II van Beieren koning van Beieren, Lodewijk II schenkt het ridderkasteel aan graaf Maximilian von Pappenheim die het op zijn beurt weer doorgeeft aan Graf Friedrich zu Pappenheim en later aan Graf Maximilian von Pappenheim

Na WOII verkoopt Graaf Max von Pappenheim het kasteel in 1966 aan de evangelische gemeenschap Hensolsthöhe die in november 2004 het kasteel aan de Nederlandse familie van Klaveren verkoopt.

Pas als 140 jaar later het Fuchs von Bimbach geslacht in 1622 geen mannelijke erfgenaam meer heeft stelt de herzogliche Hofkammer van Neuburg dat het kasteel onder het bestuur van Churfurst Philipp Wilhelm en zijn frau Elisabeth Amelia. 

Op dat moment is in Augsburg de bankiers familie Fugger uitgegroeid tot de rijkste en machtigste personen van Europa met betrekkingen tot in de koninklijke kringen. 

Zo komt het dat het kasteel door een schenking terechtkomt bij de weduwe van Oberst Hofmeister Otto Grafen von Fugger, Clara Dorothea.  Haar dochter Clara Felicitas heeft een mannelijke erfgenamen en zo is Schloss Möhren lange tijd in het eigendom van Europa’s rijkste bankiersfamilie Fugger.  

Als in 1849 Karl Anton Graf von Fugger en zijn vrouw Luise Gräfin Schenk von Kastell alleen dochter Gräfin Marie en geen mannelijke erfgenamen krijgen valt het kasteel terug aan de Beierse kroon

Pappenheimer kasteel

De zoon van Maximilian II van Beieren koning van Beieren, Lodewijk II schenkt het ridderkasteel aan graaf Maximilian von Pappenheim die het op zijn beurt weer doorgeeft aan Graf Friedrich zu Pappenheim en later aan Graf Maximilian von Pappenheim

Pappenheimer Schoss Möhren

Na WOII verkoopt Graaf Max von Pappenheim het kasteel in 1966 aan de evangelische gemeenschap Hensolsthöhe die in december 2004 het kasteel aan de Nederlandse familie van Klaveren verkoopt.

Oude foto Schloss Mohren

LIJST VAN EIGENDOM

Jachtslot Möhren

1137 – 1150 Die Grafenbrüder von Mern, Otto und Heinrich urkundlich erwähnt
1150 – 1199 Albert II +1199 von Calatin (Calentin), übernahm die Burg Mern
1199 – 1237 Sohn Albert III +1237 von Calatin (Calentin) Mern und Frau Berta
1237 – 1248 Sohn Albert IV +1248 von Mern
1249 – 1283 Söhne Wirento Albert +1290 und Hildebrand I. 1261-1279 Bischof von Eichstätt und Tochter Berta Gottfried Heinrich von Pappenheim
1264 wurde die Burg von Ludwig Severus zerstört
1265 – 1295 Wirento Albert u. seine Söhne Werner Wirento u. Hildebrand II. baute die Burg wieder auf, fester als zuvor u. verkauften an
1295 – 1318 Heinrich VII Marschall von Pappenheim
1318 – 1334 Sohn Rudolf IV Marschall von Pappenheim
1334 – 1336 Sohn Rudolf V und Frau Sophie von Hohen Rehberg
1337 – 1340 Sohn Heinrich VIII
1341 – 1343 Conrad Sorg
1343 – 1346 Die Grafen Ludwig und Friedrich von Öttingen
1346 – 1380 Burkhardt von Seckendorf
1381 – 1417 Ruprecht von Seckendorf
1418 – 1454 Hans von Seckendorf
1454 – 1461 Friedrich von Seckendorf
1486 Wohnturm unter Burgvogt Alhauser gen. Künlein errichtet
1461 – 1522 Hans von Seckendorf genannt Aderbar
1522 – 1540 Christoph Fuchs von Bimbach
1540 – 1551 die Söhne Veit und Wolf Fuchs von Bimbach
1551 – 1599 Endres Fuchs von Bimbach
1599 – 1608 dessen Söhne Veit Ludwig, Hans Philipp, Hans Karl
1608 – 1662 Sohn von Veit Karl, Johann Karl von Fuchs
1617 starb der fuchsische Generalverwalter Christopherus Kollerus, er sind in der Kirche Möhren beigesetzt
1662 starb Johann Karl Fuchs in Wemding ohne männlichen Erben
1662 – 1703 administriert die herzogliche Hofkammer Neuburg die Burg Möhren und das Dorf Gundelsheim unter Churfürst Philipp Wilhelm und seiner Frau Elisabeth Amaliae
1703 – 1711 durch Schenkungsbrief an die Witwe des Oberst Hofmeisters Otto Grafen von Fugger, Clara Dorothea und Tochter Clara Felicitas und ihren männlichen Erben
1711 – 1726 Clara Felicitas und Marquard Eustach Graf von Fugger + 19.6.1732
1726 – 1784 Sohn Johann Karl Graf von Fugger + 12.1.1784 in Nordendorf begraben in Ehingen 1. Frau Anna Franziska Gräfin von Kuhn + 16.7.1770 in Ehingen begraben. 2. Frau Maria Anna Gräfin von Arzt 29.7.1772
1785 – 1799 für minderjährigen Sohn Karl Anton Fugger, seine Mutter Maria Anna Gräfin von Arzt und Joseph Graf von Fugger
1799 – 1849 Karl Anton Graf v. Fugger und Luise Gräfin Schenk von Kastell, aber nur eine Tochter Gräfin Marie, kein männlicher Erbe. Es fällt an die Bayerische Krone zurück
Pächter: 1781 – 1798 Lucian Holzheid
Pächter: 1799 – 1807 Lorenz Sischer
Pächter: 1808 – 1813 Andreas Dire
Pächter: 1813 – 1816 Peter Deller
Pächter: 1816 – 1828 Franz Michael Hausman
Pächter: 1828 – 1840 Franz Xaver Roßkopf
1834 Patrimonalsrichter Friedrich von Boller, wohnhaft im Schloss Möhren, machte Notizen von der Burg Möhren und dem Dorf Gundelsheim
Pächter: 1841 – 1856 Joseph Mülig
Pächter: 1857 – 1881 Michael Heinle
Michael Heinle, Hauptmann der FFW Möhren + 31.1.1890
Der Pächter Michael Heinle zahlte jährlich 1100 fl. Pachtschilling für die Ökonomie und das Schafweiderecht in Möhren und Gundelsheim, freie Wohnung im Schloss, dazu 15 Klafter Holz, eine Spanmandel zu 4 fl.
Aus den 2300 Morgen Lehenwald muss die Gemeinde unentgeltlich beholzt werden und zwar erhält: A: Ein Müller oder Bauer 15 Klafter samt Abholz und einen großen Spanmandel zu 4 fl. B: Ein Söldner 10 Klafter samt Abholz und einen großen Spanmandel 2 fl. 40 kr. C: Ein altes Gnadenhaus 6 Klafter samt Abholz und einen kleinen Spanmandel 1 fl. 36 kr. Diese Berechtigung wird Erbrechtholz oder Rechtholz genannt. Dazu noch Streu nach bedarf und Genuss des Gräserreichs
Das Beamtenhaus, vormals der Sitz des Patrimonalgericht, danach Wohnung des Schlosspersonals . Die Ökonomiegebäude sind an das Beamtenhaus angebaut. Zwei Türme, welche zugleich die Tore bilden und bewohnbar sind. Der Turm am Schloss, mit einer Kapelle, wo früher die heilige Messe gelesen wurde. Das Turmglöcklein, welches zu Loritto vom heiligen Vater geweiht war, wurde im Sommer 1854 nach Treuchtlingen um 25 fl. verkauft, da sich in Möhren kein Käufer fand. Das Waschhaus, links vom unteren Turm und außerhalb des Schlosshofes, damals die Wohnung des professionellen Amtsdiener Josef Binder.
1877 – 1966 König Ludwig II verleiht das Ritterlehen Möhren an Graf Maximilian von Pappenheim
Verwalter 1882 – 1908 Andreae, Ökonom u. Vorstand Schützenverein
Ritterlehen: Graf Friedrich zu Pappenheim Vater von Max
1337 Graf Albrecht zu Pappenheim, Onkel
1940 1966 Graf Max von Pappenheim
1966 – 2004 Evangelische gemeinschaft Hensoltshöhe
Pächter: 1966 – 1970 Fam. Orton
Pächter: 1971 – 1987 Fam. Helmut
Pächter: 1988 – 2002 Fam. Erich Degen
2004 – Familien W. L. van Klaveren (Ludwig u. Polly) und R. L. van Klaveren (Rudolf u. Sandra)
Am Samstag, den 23.7.2005 waren die Familien W. L. van Klaveren (Ludwig u. Polly) und R. L. van Klaveren (Rudolf u. Sandra) in der Vorabendmesse. Herr Boerwinkel spielte die Orgel und Frau Boerwinkel sang das Ave Maria, die Kirchenbesucher bedachten den Beitrag mit Beifall. Seit 1849 waren keine Schlossbesitzer in der ehemaligen Schlosskirche zu Besuch.

Wil jij je onderdompelen in de geschiedenis van dit 900 jaar oude jachtslot in Zuid-Duitsland, Beieren. Oriënteer je dan op de 4 vakantiehuizen in het kasteel voor een unieke kasteelovernachting.